ECLI:NL:RBDHA:2022:11194
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th de Roos
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten na intrekking beroep wegens alsnog besluit op aanvraag machtiging verblijf
Verzoeker had een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf voor zichzelf en zijn familie, welke door de staatssecretaris op 29 december 2020 werd afgewezen. Verzoeker maakte bezwaar en stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen op dit bezwaar. Tijdens de procedure nam de staatssecretaris alsnog een besluit op 1 augustus 2022, waarbij de aanvraag werd ingewilligd.
Naar aanleiding hiervan trok verzoeker het beroep tegen het niet tijdig beslissen in en verzocht de rechtbank om de staatssecretaris te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten. De staatssecretaris heeft geen verweerschrift ingediend. De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris aan verzoeker is tegemoetgekomen door alsnog een beslissing te nemen en kende daarom de proceskosten toe.
De proceskosten werden vastgesteld op €379,50, gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrecht en de aard van het beroep dat alleen betrekking had op het niet tijdig nemen van een besluit. De rechtbank veroordeelde de staatssecretaris tot betaling van dit bedrag aan verzoeker.
Uitkomst: De staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van €379,50 aan proceskosten aan verzoeker.