ECLI:NL:RBDHA:2022:11194

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
24 oktober 2022
Publicatiedatum
28 oktober 2022
Zaaknummer
NL22.7824
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • B.F.Th de Roos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vergoeding proceskosten na intrekking beroep wegens alsnog besluit op aanvraag machtiging verblijf

Verzoeker had een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf voor zichzelf en zijn familie, welke door de staatssecretaris op 29 december 2020 werd afgewezen. Verzoeker maakte bezwaar en stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen op dit bezwaar. Tijdens de procedure nam de staatssecretaris alsnog een besluit op 1 augustus 2022, waarbij de aanvraag werd ingewilligd.

Naar aanleiding hiervan trok verzoeker het beroep tegen het niet tijdig beslissen in en verzocht de rechtbank om de staatssecretaris te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten. De staatssecretaris heeft geen verweerschrift ingediend. De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris aan verzoeker is tegemoetgekomen door alsnog een beslissing te nemen en kende daarom de proceskosten toe.

De proceskosten werden vastgesteld op €379,50, gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrecht en de aard van het beroep dat alleen betrekking had op het niet tijdig nemen van een besluit. De rechtbank veroordeelde de staatssecretaris tot betaling van dit bedrag aan verzoeker.

Uitkomst: De staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van €379,50 aan proceskosten aan verzoeker.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL22.7824

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[Naam], verzoeker

V-nummer: [Nummer]
(gemachtigde: mr. A.W.M. van de Wouw),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

Inleiding

Bij besluit van 29 december 2020 heeft verweerder de aanvraag van verzoeker om aan
hem en zijn familie een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.
Verzoeker heeft op 8 januari 2021 bezwaar ingediend tegen dat besluit.
Verzoeker heeft op beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn bezwaarschrift.
Bij besluit van 1 augustus 2022 heeft verweerder de aanvraag van verzoeker ingewilligd.
Verzoeker heeft het beroep niet tijdig beslissen ingetrokken en daarbij verzocht om verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
Verweerder is niet ingegaan op het verzoek een verweerschrift in te dienen.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
2. De rechtbank stelt vast dat verweerder aan verzoeker is tegemoet gekomen door hangende het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit alsnog een beslissing te nemen op de aanvraag. Het verzoek wordt daarom als kennelijk gegrond toegewezen.
3. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 379,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 759 en een wegingsfactor 0,5). De wegingsfactor ‘licht’ is van toepassing aangezien het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit.

Beslissing

De rechtbank:
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 379,50
(driehonderdnegenenzeventig euro en vijftig cent).
Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. S.D.C.J. Verheezen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.