ECLI:NL:RBDHA:2022:1118
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet-ontvankelijkverklaring asielaanvraag statushouder Cyprus
Eiser, een Syrische nationaliteit houdende statushouder, diende op 15 november 2021 een asielaanvraag in Nederland in. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verklaarde deze aanvraag niet-ontvankelijk op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat eiser sinds 21 januari 2016 internationale bescherming geniet in Cyprus.
Eiser voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet van toepassing is omdat Cyprus zijn verdragsverplichtingen niet nakomt en hij daar wordt gediscrimineerd en onvoldoende toegang heeft tot medische zorg en juridische bijstand. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij in Cyprus een situatie van ernstige materiële deprivatie of schending van artikel 3 EVRM Pro zal ondervinden.
De rechtbank verwees naar het AIDA-rapport waaruit blijkt dat statushouders in Cyprus recht hebben op gezondheidszorg, huisvesting, bijstand en gelijke toegang tot de arbeidsmarkt. Eiser heeft niet voldoende onderbouwd dat hij geen adequate rechtsbescherming of toegang tot hulp heeft. Ook het arrest Ibrahim2 van het Hof van Justitie werd toegepast, waarbij werd geoordeeld dat geen sprake is van een situatie die overdracht aan Cyprus uitsluit.
De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en dat de niet-ontvankelijkverklaring terecht is. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.