Uitspraak
Ik wil geld verdienden voor mijn kinderen en vrouw die in Egypte wonen. Als het lukt verhuizen zij hier ook heen.”
1.ECLI:NL:RVS:2021:2530.
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Egyptische nationaliteit, betwistte een terugkeerbesluit, inreisverbod en maatregel van bewaring opgelegd door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Hij stelde dat hij in Nederland wilde trouwen met een Roemeense vrouw en daarom rechtmatig verblijf op grond van EU-recht zou hebben. De rechtbank constateerde echter dat eiser geen aanvraag tot toetsing aan het EU-recht had ingediend en dat zijn verklaringen over zijn relatie en verblijfssituatie tegenstrijdig en onvoldoende concreet waren.
De rechtbank nam mee dat twee Roemeense vrouwen afzonderlijk een aanvraag tot huwelijk hadden ingediend, terwijl eiser verklaarde een vrouw en kinderen in Egypte te hebben en een andere relatie in Nederland. Dit leidde tot twijfel over de authenticiteit van zijn verblijfstitel. Daarnaast was het terugkeerbesluit gebaseerd op het risico dat eiser zich aan toezicht zou onttrekken, wat door eiser niet overtuigend werd betwist.
Het inreisverbod werd gemotiveerd door overschrijding van de geldigheidsduur van zijn visum, en het verzoek om toepassing van een lichter middel werd afgewezen vanwege het risico op onttrekking aan toezicht en het ontbreken van een geldig reisdocument voor uitzetting. De rechtbank concludeerde dat er zicht was op uitzetting naar Egypte en wees het beroep en het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit, het inreisverbod en de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.