ECLI:NL:RBDHA:2022:11124

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
17 maart 2022
Publicatiedatum
27 oktober 2022
Zaaknummer
NL21.6703
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in vreemdelingenrechtelijke zaak verblijfsrecht gemeenschapsonderdaan

In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 11 december 2020 vastgesteld dat het verblijfsrecht van verzoeker als gemeenschapsonderdaan van rechtswege is geëindigd op 22 juni 2017. Tevens werd een aanvraag voor een document duurzaam verblijf afgewezen en het verblijfsrecht van de dochter van verzoeker eveneens beëindigd. Verzoekers maakten bezwaar tegen deze besluiten, welke door verweerder ongegrond werden verklaard.

Tegen deze besluiten werd beroep ingesteld en werd een voorlopige voorziening gevraagd bij de voorzieningenrechter. De voorzieningenrechter besloot het onderzoek zonder zitting te sluiten. Bij uitspraak van 17 maart 2022 verklaarde de rechtbank de beroepen ongegrond en oordeelde dat er geen grond was voor het treffen van een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter wees het verzoek om voorlopige voorziening af als kennelijk ongegrond op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan in het openbaar en er staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen als kennelijk ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL21.6703
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen

[verzoeker] , verzoeker V-nummer: [V-nummer 1] ,

[verzoekster], verzoekster V-nummer: [V-nummer 2] , (gemachtigde: mr. J.M. Walther),
en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. I.E. Lemmers).

Procesverloop

In het besluit van 11 december 2020 heeft verweerder vastgesteld dat het verblijfsrecht van verzoeker als gemeenschapsonderdaan op 22 juni 2017 van rechtswege is geëindigd.
In een (apart) besluit van 11 december 2020 heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot afgifte van een document ‘duurzaam verblijf burger van de Unie’ van 15 augustus 2020 afgewezen.
In een (apart) besluit van 11 december 2020 heeft verweerder vastgesteld dat ook het verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan van eiseres, de dochter van verzoeker, op 22 juni 2017 van rechtswege is geëindigd.
Bij separate besluiten van 15 april 2021 heeft verweerder het bezwaar van verzoekers tegen de primaire besluiten ongegrond verklaard.
Verzoekers hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld. Zij hebben de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft bepaald dat het onderzoek ter zitting verder achterwege blijft. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag heeft de rechtbank de beroepen, geregistreerd onder de zaaknummers NL21.6702 en NL21.14036, ongegrond verklaard. Gegeven de beslissing in de hoofdzaken is er geen grond voor het treffen van de gevraagde voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht af als kennelijk ongegrond.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.C. Verra, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M. van Ettikhoven, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
17 maart 2022

Documentcode: [documentcode]

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.