ECLI:NL:RBDHA:2022:11122
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging verblijfsrecht gemeenschapsonderdaan en weigering document duurzaam verblijf
Eisers, een vader met de Egyptische nationaliteit en zijn dochter met de Franse nationaliteit, voerden beroep aan tegen besluiten van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid die hun verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan per 22 juni 2017 van rechtswege beëindigden en een aanvraag voor een document duurzaam verblijf weigerden.
De rechtbank oordeelde dat het verblijfsrecht van eiser en zijn dochter was geëindigd door het verbreken van de relatie tussen eiser en zijn ex-partner, de moeder van de dochter, die met haar terugkeerde naar Frankrijk. Eisers konden geen rechten ontlenen aan artikel 8.15, vierde lid, sub d, van het Vreemdelingenbesluit 2000, noch aan artikel 10 van Pro Verordening 492/2011, omdat eiser geen Unieburger is en de moeder al geruime tijd in Frankrijk verbleef.
De belangenafweging door verweerder werd als zorgvuldig en rechtmatig beoordeeld, waarbij onder meer werd meegewogen dat eiser in Egypte geboren is en daar kan verblijven, en dat er geen objectieve aanwijzingen waren dat de moeder niet voor de dochter kan zorgen in Frankrijk. Ook werd geoordeeld dat eisers niet onterecht zijn gehoord in bezwaar. De beroepen werden ongegrond verklaard.
Uitkomst: De beroepen tegen de beëindiging van het verblijfsrecht en weigering van het document duurzaam verblijf zijn ongegrond verklaard.