ECLI:NL:RBDHA:2022:11092
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak wegens Dublin-verantwoordelijkheid Spanje
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen omdat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag op grond van de Dublinverordening.
Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter heeft de behandeling van het verzoek om voorlopige voorziening samen met de hoofdzaak gepland, maar partijen zijn niet verschenen.
Op de dag van de zitting heeft de rechtbank uitspraak gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL22.3569), waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was. De voorzieningenrechter heeft daarom het verzoek afgewezen en geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter L.A. Banga en griffier E. Mulder op 16 maart 2022. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak gelijktijdig is behandeld en uitspraak is gedaan.