ECLI:NL:RBDHA:2022:11064
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardig relaas over dreiging FARC
Eiser, een Colombiaanse asielzoeker, diende op 4 november 2021 een asielaanvraag in Nederland in. Zijn verhaal over dreiging door de FARC is deels afhankelijk van het relaas van zijn vader, die door de FARC wordt beschuldigd van informantschap en dreigbrieven ontving. De tweede dreigbrief dateert van 20 december 2021, nadat eiser en zijn ouders Colombia hadden verlaten.
De staatssecretaris wees de asielaanvraag af wegens ongeloofwaardigheid van de dreiging door de FARC, met name omdat de tweede dreigbrief niet logisch leek en strijdig was met de eerste. Ook vond de staatssecretaris het onwaarschijnlijk dat maanden na vertrek nog een dreigbrief werd bezorgd. De rechtbank bevestigde deze beoordeling en vond het niet onredelijk dat de staatssecretaris het relaas van eiser ongeloofwaardig achtte.
Eiser voerde aan dat hij zelf niet veilig is, maar de rechtbank vond dat de staatssecretaris terecht oordeelde dat eiser geen persoonlijk doelwit is. De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris niet de door eiser gewenste waarde hoefde te hechten aan de tweede dreigbrief. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens ongeloofwaardig relaas over dreiging door de FARC.