ECLI:NL:RBDHA:2022:11055
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tot continuering opvang na weigering opschorting vertrek vreemdeling
Verzoeker, een vreemdeling, kreeg op 20 augustus 2021 een besluit dat hij niet in aanmerking komt voor opschorting van vertrek op grond van artikel 64 Vreemdelingenwet Pro 2000. Bij besluit van 8 februari 2022 werd bezwaar ongegrond verklaard. Verzoeker stelde beroep in en vroeg om een voorlopige voorziening. Omdat spoed dat vereiste, vond geen zitting plaats.
De voorzieningenrechter overwoog dat het bestreden besluit het recht op opvang beëindigt en dat het beroep geen schorsende werking heeft. Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa) had per e-mail medegedeeld dat de opvang per 9 maart 2022 zou stoppen. Verzoeker vroeg een ordemaatregel om opvang te continueren tot uitspraak.
Verweerder verzette zich niet tegen de ordemaatregel. Gezien het spoedeisend belang en de belangen van verzoeker, besloot de voorzieningenrechter op grond van artikel 8:83 lid 4 Awb Pro de ordemaatregel toe te wijzen. Hiermee blijft het recht op opvang en verstrekkingen bestaan totdat de voorlopige voorziening inhoudelijk is behandeld en beslist.
Uitkomst: De voorzieningenrechter beveelt voortzetting van opvang totdat uitspraak is gedaan op het verzoek om voorlopige voorziening.