ECLI:NL:RBDHA:2022:10982
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek Zuid-Sudanees op grond van onvoldoende vluchtelingenstatus en artikel 15c Kwalificatierichtlijn
Eiser, een Zuid-Sudanees lid van de stam [stam 1], diende in november 2020 een asielaanvraag in in Nederland. Hij vreesde terugkeer vanwege stammengeweld, overbevolking van zijn dorp en mogelijke rekrutering door de Zuid-Sudanese regering. De Staatssecretaris wees de aanvraag af wegens gebrek aan vluchtelingenstatus en het ontbreken van een situatie als bedoeld in artikel 15c van de Kwalificatierichtlijn.
Eiser voerde in beroep aan dat de situatie in Zuid-Sudan dermate ernstig is dat iedereen er vluchteling zou moeten zijn, verwijzend naar een UNHCR-rapport en andere bronnen. De rechtbank overwoog dat het UNHCR-rapport niet impliceert dat alle Zuid-Sudanezen vluchteling zijn volgens het Vluchtelingenverdrag en dat er geen specifiek gevaar voor eiser is aangetoond.
Verder concludeerde de rechtbank dat de situatie in Zuid-Sudan sinds het vredesakkoord in 2018 is verbeterd en dat er geen sprake is van een geweldssituatie die een reëel risico op ernstige schade oplevert. Ook het verblijf van de vader van eiser in een vluchtelingenkamp was onvoldoende om een risico aan te nemen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de afwijzing van de verblijfsvergunning. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard omdat eiser niet voldoet aan de vluchtelingenstatus en artikel 15c Kwalificatierichtlijn niet van toepassing is.