ECLI:NL:RBDHA:2022:10980
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging sluiting garagebedrijf wegens vondst grote hoeveelheden heroïne in aangrenzende loods
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van eiser tegen de sluiting van zijn garagebedrijf en de naastgelegen loodsen, nadat op het terrein grote hoeveelheden heroïne en druggerelateerde grondstoffen waren aangetroffen.
Eiser had het garagebedrijf in 2018 overgenomen en huurde het pand en de loodsen. De politie vond in januari 2020 circa 15 kilogram heroïne in een loods en nog grotere hoeveelheden in een bestelbus die op naam van het garagebedrijf stond. De burgemeester sloot het garagepand en de loodsen aanvankelijk voor één maand en verlengde dit met negen maanden.
De rechtbank oordeelde dat het aannemelijk was dat eiser ook de loodsen gebruikte en dat de bedrijfsvoering van de loodsen en het garagepand verweven waren. Persoonlijke verwijtbaarheid was niet vereist, maar eiser had onvoldoende toezicht gehouden om de drugsvondst te voorkomen, ook tijdens zijn tijdelijke verblijf in het buitenland.
Daarom was de sluiting van het garagebedrijf en de loodsen niet onevenredig en kon de burgemeester in redelijkheid tot sluiting besluiten. Het beroep werd ongegrond verklaard en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de sluiting van het garagebedrijf en de loodsen wordt ongegrond verklaard en de sluiting blijft van kracht.