Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Procesverloop
Overwegingen
Een afschrift van deze beschikking is aan de vreemdeling uitgereikt.”
Beslissing
- verklaart de beroepen ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
De zaak betreft een beroep van een Franse vreemdeling tegen een terugkeerbesluit en een maatregel van bewaring opgelegd door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. De terugkeermaatregel werd opgelegd vanwege risico's op ontduiking van toezicht en belemmering van uitzetting, gebaseerd op meerdere zware en lichte gronden onder de Vreemdelingenwet. De eiser betwistte enkele gronden en de uitreiking van het verlengingsbesluit van de ophouding.
De rechtbank oordeelde dat de zware gronden voldoende waren om het terugkeerbesluit te dragen en dat de betwiste gronden geen bespreking behoefden. De uitreiking van het verlengingsbesluit werd als rechtsgeldig beschouwd ondanks het ontbreken van een ondertekening door eiser. Verder concludeerde de rechtbank dat verweerder voldoende voortvarend had gehandeld bij het onderzoek naar de identiteit van eiser, waaronder navraag bij Franse en Algerijnse autoriteiten en het voeren van een vertrekgesprek.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter D. Verduijn en griffier M.A.W.M. Engels op 4 maart 2022 in Utrecht.
Uitkomst: De beroepen tegen het terugkeerbesluit en de maatregel van bewaring worden ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.