ECLI:NL:RBDHA:2022:10765
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf pleegkind wegens ontbreken onaanvaardbare toekomst in land van herkomst
Eiser, een minderjarige van Sierra Leoonse nationaliteit, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in Nederland als pleegkind bij zijn tante (referente). De aanvraag werd door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid afgewezen omdat niet was aangetoond dat eiser in Sierra Leone een onaanvaardbare toekomst tegemoet zou gaan. Eiser lijdt aan cerebrale malaria en stelde dat in Sierra Leone onvoldoende behandelmogelijkheden zijn, waardoor verblijf in Nederland noodzakelijk zou zijn.
De rechtbank oordeelde dat verweerder beoordelingsruimte heeft bij de vraag of sprake is van een onaanvaardbare toekomst en dat deze terughoudend moet worden getoetst. Omdat eiser bij zijn ouders verblijft die hem kunnen verzorgen, en er geen voldoende bewijs was dat deze zorg ontoereikend is, kon de rechtbank niet concluderen dat de afwijzing onredelijk was. De intentie van referente om eiser een veiligere en gezondere omgeving te bieden, werd niet meegewogen.
Subsidiair stelde eiser dat het bezwaar ook als aanvraag voor medische behandeling had moeten worden aangemerkt, maar de rechtbank oordeelde dat dit niet aan verweerder is en dat hiervoor een aparte aanvraag vereist is. Ook werd het beroep wegens schending van de hoorplicht afgewezen omdat deze grond niet was gemotiveerd.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees erop dat eiser een nieuwe aanvraag kan indienen voor medische behandeling. De uitspraak is gebaseerd op de Vreemdelingencirculaire en het Vreemdelingenbesluit 2000, waarbij de zorg voor het kind door naaste familie in het land van herkomst centraal staat.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf als pleegkind wordt ongegrond verklaard.