ECLI:NL:RBDHA:2022:10764
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening niet-ontvankelijk bij afwijzing verblijfsvergunning asiel
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bij besluit van 24 januari 2022 niet-ontvankelijk is verklaard. Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met een gerelateerde zaak op 21 februari 2022 behandeld. Verzoeker en zijn gemachtigde zijn niet verschenen, terwijl de gemachtigde van verweerder wel aanwezig was. Na de zitting is onmiddellijk uitspraak gedaan.
De voorzieningenrechter overweegt dat verzoeker geen rechtens te beschermen belang meer heeft bij beoordeling van het bestreden besluit, zoals ook in de hoofdzaak is vastgesteld. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is openbaar gedaan en er staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan rechtens te beschermen belang.