Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[naam], eiseres V-nummer: [nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Eiseres kan zich niet verenigen met het bestreden besluit. Eiseres stelt dat zij voldoende heeft aangetoond dat tussen referente en haar sprake is van een pleegouder- pleegkindrelatie. Zij stelt dat niet van haar verwacht kan worden dat zij meer stukken aanlevert. Verweerder heeft alle aangeleverde stukken onvoldoende in samenhang beoordeeld en had haar het voordeel van de twijfel moeten gunnen. Voorts had verweerder, in het kader van de samenwerkingsplicht, een DNA-onderzoek moeten aanbieden. Tot slot stelt eiseres dat er onterecht geen belangenafweging is gemaakt in het kader van artikel 8 van Pro het EVRM.2 Eiseres verwijst in dit verband naar een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 13 juli 2022.3
Op grond van artikel 29, tweede lid, aanhef en onder a, van de Vw kan een asielvergunning worden verleend aan de echtgenoot of het minderjarige kind van de in het eerste lid bedoelde vreemdeling (bezitter van een asielvergunning), indien deze op het tijdstip van binnenkomst van de in het eerste lid bedoelde vreemdeling behoorden tot diens gezin en gelijktijdig met die vreemdeling Nederland zijn ingereisd, dan wel zijn nagereisd binnen drie maanden nadat aan die vreemdeling de asielvergunning is verleend. Verweerder heeft in paragraaf C2/4.1.2 van de Vreemdelingencirculaire (Vc) zijn beleid neergelegd over de te stellen regels bij nareizende vreemdelingen.
Eiseres stelt dat haar aanvraag getoetst had moeten worden aan artikel 8 van Pro het EVRM. Eiseres verwijst hiertoe naar een uitspraak van de Afdeling 13 juli 2022.5 Volgens deze uitspraak mag verweerder bij een beroep op artikel 8 van Pro het EVRM niet langer volstaan met het oordeel of er al dan niet beschermenswaardig familieleven bestaat, maar moet hij ook een belangenafweging maken. Hierbij dienen alle relevante feiten en omstandigheden indringend te worden getoetst. Uit de bestreden beschikking blijkt niet dat verweerder dit heeft gedaan.
Beslissing
- verklaart het beroep voor zover het is gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit niet-ontvankelijk;
- verklaart het beroep voor zover gericht tegen het bestreden besluit ongegrond;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 379,50.