ECLI:NL:RBDHA:2022:10713

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
12 oktober 2022
Publicatiedatum
18 oktober 2022
Zaaknummer
NL22.4271
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vergoeding proceskosten na niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging voorlopig verblijf

Verzoeker stelde op 14 maart 2022 beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag om afgifte van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. Op 16 maart 2022 heeft verweerder alsnog de aanvraag ingewilligd en een bestuurlijke dwangsom vastgesteld. Verzoeker trok daarop het beroep in en verzocht om vergoeding van proceskosten.

De rechtbank oordeelde dat verweerder aan verzoeker tegemoet was gekomen door alsnog een beslissing te nemen tijdens het beroep. Op grond hiervan was het verzoek om proceskostenvergoeding gegrond. De rechtbank stelde de proceskosten vast op €379,50, gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrecht en de lichte wegingsfactor vanwege het beperkte onderwerp van het beroep.

De rechtbank veroordeelde verweerder tot betaling van deze proceskosten aan verzoeker. De uitspraak werd gedaan door rechter E.F. Bethlehem en griffier Ż.A. Meinert en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de staatssecretaris tot betaling van €379,50 aan proceskosten aan verzoeker.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: NL22.4271

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. J.M. Walls),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Verzoeker heeft op 14 maart 2022 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag om afgifte van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis.
Bij besluit van 16 maart 2022 heeft verweerder de aanvraag ingewilligd. Tevens heeft verweerder de door hem aan verzoeker te betalen bestuurlijke dwangsom vastgesteld op € 253.
Verzoeker heeft het beroep ingetrokken en verzocht om een vergoeding van proceskosten.
De rechtbank heeft verweerder in de gelegenheid gesteld te reageren op dat verzoek.
Verweerder heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt.
De rechtbank doet met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
2. De rechtbank stelt vast dat verweerder aan verzoeker tegemoet is gekomen door hangende het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit alsnog een beslissing te nemen.
3. Uit het voorgaande volgt dat het verzoek om vergoeding van de proceskosten kennelijk gegrond is.
4. De rechtbank oordeelt verweerder in de proceskosten die verzoeker heeft gemaakt. Deze kosten stelt de rechtbank vast op grond van het Bpb voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op €379,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift ter waarde van €759 en wegingsfactor 0,5). De rechtbank is van mening dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is aangezien het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit.

Beslissing

De rechtbank:
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 379,50 (driehonderdnegenenzeventig euro en 50 cent).
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van mr. Ż.A. Meinert, griffier, openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.