ECLI:NL:RBDHA:2022:10577
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond wegens niet-ontvankelijkheid bezwaar verblijfsvergunning zelfstandige
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking 'arbeid als zelfstandige'. Het bezwaarschrift bevatte echter geen gronden van bezwaar, wat een vereiste is volgens artikel 6:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Verweerder heeft eiser meerdere malen de mogelijkheid geboden alsnog gronden in te dienen, maar het verzoek om uitstel werd afgewezen omdat niet was voldaan aan de voorwaarden voor uitstel zoals genoemd in de Vreemdelingencirculaire 2000. De rechtbank oordeelde dat het bezwaar daarom terecht niet-ontvankelijk is verklaard.
De rechtbank heeft het beroep van eiser tegen dit besluit ongegrond verklaard en geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan zonder zitting, omdat partijen niet binnen de gestelde termijn hebben gereageerd op het voornemen van de rechtbank.
Eiser wordt gewezen op de mogelijkheid om binnen vier weken na verzending van deze uitspraak beroep in te stellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat het bezwaar niet-ontvankelijk is wegens het ontbreken van gronden.