ECLI:NL:RBDHA:2022:10510
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat een andere lidstaat verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening.
De voorzieningenrechter stelt vast dat het beroep niet binnen de overdrachtstermijn kan worden behandeld, waardoor onverwijlde spoed is gegeven. Het belang van verzoeker om bij de behandeling van zijn beroep aanwezig te zijn, weegt zwaarder dan het belang van verweerder om verzoeker al over te dragen.
Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening als kennelijk gegrond toegewezen, het bestreden besluit geschorst en verzoeker mag de behandeling van zijn beroep in Nederland afwachten. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van €759,-. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt geschorst en verzoeker mag de behandeling van zijn beroep in Nederland afwachten.