Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Pakistaanse nationaliteit dragende asielzoeker, diende op 21 februari 2022 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder, de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, nam deze aanvraag niet in behandeling omdat België verantwoordelijk was voor de behandeling, aangezien eiser eerder in België asiel had aangevraagd. Dit besluit werd genomen op basis van artikel 30 van Pro de Vreemdelingenwet en de Dublinverordening.
Eiser voerde aan dat hij ten onrechte pas op 9 augustus 2022 geïnformeerd werd over de acceptatie van de Dublinclaim door België op 20 april 2022, en dat hij risico liep op onmenselijke of vernederende behandeling vanwege structurele tekortkomingen in de Belgische opvang, vooral gezien zijn medische situatie. De rechtbank oordeelde echter dat verweerder mocht vertrouwen op het interstatelijk vertrouwensbeginsel dat België zijn verplichtingen nakomt en dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat overdracht zou leiden tot schending van artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 van Pro het Handvest.
De rechtbank stelde vast dat de overgelegde artikelen wel capaciteitsproblemen in de Belgische opvang meldden, maar niet wezen op structurele tekortkomingen die overdracht onmogelijk maken. Ook was de medische situatie van eiser onvoldoende onderbouwd. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt ongegrond verklaard.