ECLI:NL:RBDHA:2022:10499
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking voorlopige voorziening asielaanvraag
Verzoeker heeft een asielaanvraag ingediend die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen omdat Duitsland verantwoordelijk wordt geacht voor de behandeling. Verzoeker stelde beroep in en vroeg om een voorlopige voorziening, die hij later introk met een verzoek om proceskostenvergoeding.
De rechtbank overwoog dat een proceskostenvergoeding alleen kan worden toegekend als het bestuursorgaan zijn standpunt zodanig herziet dat het oorspronkelijke besluit onrechtmatig wordt erkend. In deze zaak was geen sprake van een dergelijke herziening, aangezien verzoeker zelf het verzoek introk zonder dat verweerder aan het verzoek tegemoet was gekomen.
Verder oordeelde de rechtbank dat gezien de intrekking van de procedure niet aan de inhoudelijke beoordeling van de zienswijze van verzoeker toegekomen kon worden. Daarom werd het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen en de uitspraak zonder zitting gedaan.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat geen sprake is van tegemoetkomen door het bestuursorgaan.