ECLI:NL:RBDHA:2022:10435
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging invordering dwangsom wegens onvoldoende onderbouwing niet-nakoming last
Eiseres voerde illegale bouwwerkzaamheden uit aan haar woning, waarop verweerder een last onder dwangsom oplegde om de overtreding te beëindigen. Ondanks meerdere uitstelbesluiten en een hercontrole bleef onduidelijk welke aanpassingen eiseres precies moest verrichten om aan de last te voldoen, met name of het ging om de hoogte of diepte van de overkapping.
Verweerder heeft onvoldoende duidelijkheid verschaft over de exacte inhoud van de last en de mate van niet-nakoming, waardoor niet vaststaat dat eiseres de overtreding niet heeft beëindigd. De rechtbank oordeelt dat de invordering van de dwangsom daarom onterecht is.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit, herroept het primaire besluit en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde gedeelte. Tevens wordt verweerder opgedragen het betaalde griffierecht aan eiseres te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit tot invordering van de dwangsom wordt vernietigd.