Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser
(gemachtigde: mr. S. Ben Ahmed),
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, met de Marokkaanse nationaliteit, is op 18 september 2022 in bewaring gesteld op grond van artikel 59a van de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank stelde vast dat eiser de gronden voor de bewaring niet betwistte, waardoor het risico op onttrekking aan toezicht voldoende aannemelijk was.
Eiser voerde aan dat verweerder het terugnameverzoek ten onrechte niet had overgelegd, maar de rechtbank constateerde dat dit document digitaal was toegevoegd. Daarnaast stelde eiser dat verweerder onvoldoende voortvarend was geweest met de overdracht, maar de rechtbank oordeelde dat verweerder snel had gehandeld door binnen vijf dagen na bewaring een vertrekgesprek te voeren en de Dublinclaim aan Oostenrijk te zenden.
Op grond van deze overwegingen verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen een week na bekendmaking.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.