ECLI:NL:RBDHA:2022:10345
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ontslag van rechtsvervolging wegens geslaagd beroep op noodweer bij poging zware mishandeling
Op 6 mei 2021 ontstond een confrontatie tussen de verdachte en de groep van het slachtoffer in Den Haag. De verdachte stak met een mes in de arm van het slachtoffer, wat leidde tot de tenlastelegging van poging tot zware mishandeling. De officier van justitie stelde dat de verdachte opzettelijk zwaar letsel wilde toebrengen en dat het beroep op noodweer niet slaagde omdat de verdachte de confrontatie had gezocht en als eerste een mes trok.
De verdediging voerde aan dat de verdachte handelde uit noodzakelijke zelfverdediging omdat hij werd omsingeld door een groep gewapende personen, waarbij sprake was van een ogenblikkelijke en wederrechtelijke aanval. De verdachte had geen mogelijkheid om te vluchten en stak slechts eenmaal om zich te verdedigen.
De rechtbank oordeelde dat het bewezenverklaarde feit inderdaad poging tot zware mishandeling betrof, maar dat het beroep op noodweer slaagde. De verdachte bevond zich in een situatie van onmiddellijke dreiging en had geen andere uitweg dan het gebruik van het mes. De gedragingen van de verdachte na het eerste contact met de groep stonden niet in de weg aan het slagen van het noodweerberoep. Daarom werd de verdachte ontslagen van alle rechtsvervolging.
Uitkomst: Verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging wegens geslaagd beroep op noodweer bij poging tot zware mishandeling.