ECLI:NL:RBDHA:2022:10289
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen overdracht asielzoeker op grond van Dublinverordening
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft de asielaanvraag van verzoeker niet in behandeling genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht om een voorlopige voorziening om overdracht te voorkomen totdat op het beroep is beslist.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het beroep niet binnen de overdrachtstermijn kan worden behandeld, waardoor onverwijlde spoed aanwezig is. Het belang van verzoeker om aanwezig te zijn bij de behandeling van zijn beroep weegt zwaarder dan het belang van de staatssecretaris om de overdracht eerder te effectueren.
Daarom wordt het verzoek om een voorlopige voorziening toegewezen, het bestreden besluit geschorst en de overdracht uitgesteld tot na de behandeling van het beroep. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot betaling van proceskosten van €759. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt toegewezen en de overdracht van verzoeker aan Duitsland wordt geschorst.