ECLI:NL:RBDHA:2022:10201

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
26 juli 2022
Publicatiedatum
5 oktober 2022
Zaaknummer
C/09/630482 / FA RK 22-3601
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wijziging zorgregeling en kinderalimentatie na beëindiging geregistreerd partnerschap

De ouders, die een geregistreerd partnerschap hadden van 2017 tot 2019 en gezamenlijk gezag uitoefenen over hun minderjarige kind, zijn het niet eens over de zorgregeling en kinderalimentatie. De rechtbank Den Haag behandelde de zaak op 28 juni 2022 en constateerde dat de ouders overeenstemming hadden bereikt.

De zorgregeling bepaalt dat de minderjarige één weekend per twee weken bij de vader verblijft, van vrijdag 17:00 uur tot zondag 17:00 uur, waarbij de moeder het kind op vrijdag naar de vader brengt en de vader het terugbrengt. De kinderalimentatie wordt aangepast van €100 naar €80 per maand met ingang van 1 juli 2022.

Daarnaast zijn aanvullende afspraken gemaakt over de verdeling van vakanties, extra omgangsweekenden in september en november 2022, wekelijkse videobelcontacten op woensdagavond, en het afwisselend verblijven met kerst vanaf 2023. De rechtbank verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad en neemt de afspraken over de zorg en alimentatie over in haar beschikking.

Uitkomst: De rechtbank wijzigt de zorgregeling en kinderalimentatie conform de overeenstemming tussen de ouders.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 22-3601
Zaaknummer: C/09/630482
Datum beschikking: 26 juli 2022

Procedure gezamenlijke toegang ouders

Beschikking op het op 9 juni 2022 ingekomen deelnameformulier van:

[naam Y] ,

de vader,
wonende in [woonplaats Y] , gemeente [gemeente] ,
advocaat: mr. L.J.W. Govers, gevestigd te Zoetermeer.
en

[naam X] ,

de moeder,
wonende in [woonplaats X] ,
advocaat: mr. L.M. Dragtenstein, gevestigd te Amsterdam.

Procedure

De ouders hebben zich tot de rechtbank gewend door het indienen van een door beide ouders ingevuld en ondertekend deelnameformulier ‘pilot procedure gezamenlijke toegang ouders’, met bijlagen. De ouders hebben ermee ingestemd dat de procedure wordt gevoerd volgens de ‘procesregels gezamenlijke toegang ouders’.
De rechtbank heeft kennis genomen van voornoemd deelnameformulier, met bijlagen.
Op 28 juni 2022 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: partijen, ieder bijgestaan door hun advocaat, en [medewerker] namens de Raad voor de Kinderbescherming
.

Feiten

 De ouders hebben een geregistreerd partnerschap met elkaar gehad van [datum] 2017 tot [datum] 2019.
 Zij zijn de ouders van [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2019 te [geboorteplaats] .
 De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over [minderjarige] uit.
 [minderjarige] heeft haar hoofdverblijfplaats bij de moeder.
 Bij beschikking van 2 juli 2019 van deze rechtbank is de ontbinding van het geregistreerd partnerschap uitgesproken, met de bepaling dat het aangehechte convenant en ouderschapsplan deel uitmaken van de beschikking.
 Bij beschikking van 6 april 2020 van deze rechtbank is aan de moeder vervangende toestemming verleend om met [minderjarige] naar [woonplaats X] te verhuizen.

Verzoek en verweer

De ouders zijn het niet eens over het halen en brengen van [minderjarige] in het kader van de zorgregeling en de kinderalimentatie.

Beoordeling

Overeenstemming
De ouders hebben op de zitting overeenstemming bereikt. [minderjarige] verblijft in de huidige zorgregeling één weekend per twee weken, van vrijdag tot zondag, bij haar vader. De ouders hebben op de zitting afgesproken dat de moeder [minderjarige] op de vrijdag naar de vader zal brengen en de vader [minderjarige] op de zondag terug naar de moeder zal brengen, waarbij de ouders ervoor zorgen dat [minderjarige] op vrijdag om 17:00 uur bij de vader is en op zondag om 17:00 uur weer terug bij de moeder is. Om de vader hierbij (deels) tegemoet te komen in de kosten, die met het terugbrengen van [minderjarige] gepaard gaan, hebben de ouders de kinderalimentatie gewijzigd. De vader betaalt momenteel € 100,- per maand aan kinderalimentatie voor [minderjarige] aan de moeder. Dit bedrag zal worden gewijzigd naar € 80,- per maand. Hierbij zijn de ouders een ingangsdatum van 1 juli 2022 overeengekomen. Voor het overige blijven de bepalingen in artikel 7 over Pro de kinderalimentatie in het ouderschapsplan van kracht. De rechtbank zal conform deze overeenstemming beslissen.
De ouders hebben op de zitting ook nadere aanvullende afspraken gemaakt.
Zo verdeelden de ouders in eerste instantie in januari van elk kalenderjaar alle (school)vakanties van dat betreffende jaar. Dit bleek echter niet de meest praktische oplossing. De ouders hebben daarom afgesproken dat zij jaarlijks in januari alle vakanties tot en met de maand september zullen verdelen en in september alle vakanties tot en met het einde van het jaar zullen verdelen. Ook zijn de ouders overeengekomen dat de vader iedere woensdagavond, rond 19:00 uur, via videobellen contact zal hebben met [minderjarige] .
Verder zijn de ouders overeengekomen dat [minderjarige] vanaf 2023 een kerstdag bij ieder van de ouders zal verblijven, in onderling overleg te bepalen. Daarnaast zijn er, na de geboorte van het (half)broertje van [minderjarige] , een aantal contactmomenten met de vader niet doorgegaan. De ouders hebben daarom afgesproken dat [minderjarige] in september en november een extra weekend, naast de reguliere zorgregeling, bij de vader zal verblijven. De exacte weekenden zullen de ouders in onderling overleg bepalen. De rechtbank zal conform deze overeenstemming beslissen, nu niet is gebleken dat het belang van [minderjarige] zich daartegen verzet.
Tot slot is tijdens de zitting de eventuele toestemming voor een vakantie naar het buitenland besproken. De vader heeft gemotiveerd waarom hij in het verleden deze toestemming heeft geweigerd, maar geeft aan dat hij in de toekomst de vereiste toestemming zal verlenen. Dit leent zich niet voor opname in het dictum, maar de rechtbank gaat ervan uit dat de ouders hier in de toekomst in onderling overleg uit zullen komen.

Beslissing

De rechtbank – met wijziging in zoverre van de onderling getroffen regeling, aangehecht aan de beschikking van deze rechtbank van 2 juli 2019 –:
bepaalt dat de minderjarige, [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2019 te [geboorteplaats] , bij de vader zal zijn: een weekend per twee weken, van vrijdag tot zondag, waarbij de moeder [minderjarige] naar de vader brengt (met een aankomsttijd bij de vader van om en nabij 17:00 uur) en de vader [minderjarige] terugbrengt naar de moeder (met een aankomsttijd bij de moeder van om en nabij 17:00 uur);
bepaalt dat [minderjarige] elke woensdag, rond 19:00 uur, via videobellen contact zal hebben met de vader;
bepaalt dat er in september en november 2022 een extra omgangsweekend zal plaatsvinden tussen [minderjarige] en de vader, in onderling overleg tussen de ouders te bepalen;
bepaalt dat [minderjarige] vanaf 2023 een kerstdag bij iedere ouder zal verblijven, in onderling overleg tussen de ouders te bepalen;
bepaalt dat de ouders ieder kalenderjaar in januari de vakanties tot en met september in onderling overleg zullen verdelen en in september de vakanties tot en met het einde van dat betreffende kalenderjaar;
bepaalt dat de vader aan de moeder, met ingang van 1 juli 2022, een kinderalimentatie ten behoeve van [minderjarige] van € 80,- per maand zal betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. C.S.F. de Nijs, kinderrechter, bijgestaan door mr. A.M. Lokhorst als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 26 juli 2022.