ECLI:NL:RBDHA:2022:10156
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen staandehouding wegens redelijk vermoeden van illegaal verblijf
Eiser, van Libische nationaliteit, werd op 20 januari 2022 staande gehouden door de politie nadat zijn voertuig was gecontroleerd vanwege technische gebreken en opvallend rijgedrag. Tijdens de controle bleek dat de auto eerder was gebruikt door iemand zonder rijbewijs en dat eiser geen geldig rijbewijs kon tonen. Tevens werd vastgesteld dat eiser geen geldige verblijfstitel had, wat leidde tot een redelijk vermoeden van illegaal verblijf.
Eiser stelde dat zijn staandehouding onrechtmatig was omdat het een verkapte vreemdelingenrechtelijke aanhouding betrof. De rechtbank oordeelde echter dat de staandehouding een strafrechtelijke aanleiding had en dat de gang van zaken geen verkapte vreemdelingenrechtelijke aanhouding vormde. Het feit dat er geen strafrechtelijke vervolging werd ingesteld, deed hieraan niet af.
De rechtbank wees ook het verzoek van eiser af om prejudiciële vragen te stellen en ging niet in op algemene stellingen over de bedrijfscultuur binnen het politiekorps. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de staandehouding wegens redelijk vermoeden van illegaal verblijf wordt ongegrond verklaard.