Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter zitting
2.De tenlastelegging
primair), dan wel dat hij openlijk en in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] (
subsidiair);
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde op 15 september 2022 de zaak tegen de verdachte, die werd beschuldigd van poging tot doodslag en diefstal in vereniging op 18 oktober 2021 te ’s-Gravenhage. De officier van justitie vorderde een veroordeling, terwijl de verdediging ontkende dat de verdachte betrokken was bij de feiten.
De rechtbank onderzocht onder meer camerabeelden, telefoongegevens en verklaringen van de aangevers. Hoewel de telefoongegevens en locatie van de verdachte op de dag van het incident in Den Haag waren, kon op basis van de camerabeelden niet worden vastgesteld dat de verdachte een van de daders was. De verklaringen van de aangevers waren deels gebaseerd op doorvertelde informatie en waren onvoldoende betrouwbaar om tot een wettig en overtuigend bewijs te leiden.
Gezien het ontbreken van voldoende bewijs sprak de rechtbank de verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten. Tevens wees zij de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke jeugddetentie af en hief zij het bevel tot voorlopige hechtenis op.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs van betrokkenheid bij poging doodslag en diefstal.