Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 juli 2021 in de zaken tussen
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres
Procesverloop
Overwegingen
“Ontslag genomen door problematische werkgever en omdat organisatie heeft fraude gepleegd”.Verweerder heeft bij primair besluit I vastgesteld dat eiseres recht heeft op een WW-uitkering, echter besloten is om deze uitkering niet uit te betalen omdat eiseres verwijtbaar werkloos is.
21 november 2019, heb ik geprobeerd een afspraak met haar te maken om hierover met haar in gesprek te gaan (zie bijlage 3, app), Helaas is uw cliënte op de betreffende afspraak, zonder af te melden, niet op komen dagen. Nadat ik niets meer heb vernomen van uw cliënte heb ik het vastgestelde ontslag door uw cliënte bij de desbetreffende afdeling neergelegd om het af te handelen per datum van het genomen ontslag door uw cliënte. In de brief van het UWV staat vermeld dat u, mevrouw [D] , een brief als bijlage heeft meegezonden. Hierin staat vermeld dat de arbeidsverhouding is verstoord en dat u heeft aangegeven dat ik, de werkgeefster, zal aansturen op een ontslag met wederzijds goedkeuring (zie bijlage 2, brief UWV). Dit is helaas niet bij mij bekend. Verder deel ik u mede dat uw cliënte een dag voor haar vertrek een brief heeft achtergelaten bij mij, waarin zij zeer complimenteus naar mij en de medewerkers van [B.V.] is geweest (zie bijlage 4, brief). Wanneer ik de brief die uw cliënte aan mij richt, lees, vraag ik mij af welke arbeidsverhouding verstoord is geweest. Dat uw cliënte ontslag heeft genomen zonder de maand opzegtermijn in acht te nemen, zoals vermeld in de arbeidsovereenkomst, heeft gezorgd voor onvoorziene kosten voor de organisatie (…)”.
21 november 2019 niet uit te betalen. De rechtbank verbindt hieraan de conclusie dat de rechtsgevolgen van bestreden besluit I, ondanks de vernietiging daarvan, geheel in stand kunnen blijven.
Beslissing
- vernietigt bestreden besluit I;
- bepaalt dat de rechtsgevolgen van bestreden besluit I geheel in stand blijven;
- verklaart het beroep tegen bestreden besluit II ongegrond;
- veroordeelt verweerder in de door eiseres gemaakte proceskosten tot een bedrag van
€ 1.496,-;
mr. L. Lemmen, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 16 juli 2021.