ECLI:NL:RBDHA:2021:9976
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Klacht over uitvoering verplichte zorg zonder expliciete wilsbekwaamheidsbeoordeling afgewezen
Verzoeker diende een klacht in tegen de uitvoering van verplichte zorg, met name het toedienen van antipsychotische depotmedicatie, opname en beperking van communicatiemiddelen. Hij stelde dat de verplichte zorg niet in overeenstemming was met de wet omdat geen beoordeling van zijn wilsbekwaamheid was opgenomen.
De rechtbank stelde vast dat de zorgverantwoordelijke wel degelijk rekening had gehouden met het feit dat verzoeker niet in staat was tot een redelijke waardering van zijn belangen, ook al was de term ‘wilsonbekwaam’ niet expliciet gebruikt. De motivering in het besluit was voldoende om aan te tonen dat verzoeker onder invloed van zijn bipolaire stoornis zijn oordeels- en besluitvormingsvermogen had verloren.
Verder oordeelde de rechtbank dat de toediening van medicatie proportioneel, doelmatig en noodzakelijk was gezien het ernstig nadeel dat verzoeker door zijn stoornis kon veroorzaken. Er waren geen minder bezwarende alternatieven beschikbaar omdat verzoeker medicatie weigerde en geen ziekte-inzicht had.
Het verzoek tot schadevergoeding werd afgewezen. De klacht werd ongegrond verklaard en het verzoek tot schorsing van de beslissing grotendeels afgewezen. Verzoeker verblijft inmiddels thuis en toont meer ziekte-inzicht in overleg met behandelaren.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de klacht over het ontbreken van een expliciete wilsbekwaamheidsbeoordeling ongegrond en wijst het verzoek tot schadevergoeding af.