ECLI:NL:RBDHA:2021:9962
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging tot voorlopig verblijf wegens ontbreken meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie
Eiser, een Syrische nationaliteit dragende man, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf om bij zijn biologische ouders in Nederland te verblijven. De ouders van eiser hebben een asielvergunning. De aanvraag werd afgewezen omdat niet is aangetoond dat er sprake is van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie ('more than normal emotional ties') tussen eiser en zijn ouders.
Eiser voerde in beroep aan dat hij vanwege ernstige psychiatrische klachten, waaronder het syndroom van Asperger, afhankelijk is van de zorg van zijn moeder. Hij overlegde medische verklaringen en een verklaring van zijn tante ter onderbouwing. Verweerder handhaafde het standpunt dat de medische gegevens onvoldoende aantonen dat eiser niet kan functioneren zonder de fysieke aanwezigheid van zijn ouders en dat de zorg op afstand en hulp van andere familieleden toereikend is.
De rechtbank oordeelde dat verweerder zich deugdelijk heeft gemotiveerd en dat uit de medische verklaringen niet blijkt dat eiser voortdurende dagelijkse zorg nodig heeft. Ook is niet aannemelijk gemaakt dat de zorg van zijn moeder beter is dan de behandeling door artsen. De verklaring van de tante bevatte geen nieuwe feiten. De rechtbank concludeerde dat geen beschermenswaardig gezinsleven bestaat zoals bedoeld in artikel 8 EVRM Pro en verklaarde het beroep ongegrond.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan binnen vier weken hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie.