ECLI:NL:RBDHA:2021:9827
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.P.M. Loos
- A.M. Gruschke
- J.J. Arts
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens gebrek aan bewijs voor medeplegen en medeplichtigheid aan drugshandel
De rechtbank Den Haag behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van medeplegen en medeplichtigheid aan de handel in verdovende middelen in de periode van 16 maart tot en met 11 mei 2021. De tenlastelegging omvatte onder meer het aanwezig hebben en verhandelen van cocaïne, heroïne en MDMA.
Tijdens de terechtzitting op 24 augustus 2021 werd vastgesteld dat er geen bewijs was dat verdachte direct betrokken was bij de handel of nauw samenwerkte met haar broer, de medeverdachte. Hoewel verdachte haar auto aan de medeverdachte had uitgeleend en bij een kelderbox werd aangetroffen waar drugs werden gevonden, ontbrak het aan bewijs dat zij wist van de aanwezigheid van verdovende middelen of dat zij de kelderbox ter beschikking stelde.
De rechtbank oordeelde dat de enkele aanwezigheid van verdachte bij de kelderbox en het bezit van de sleutel onvoldoende waren om wetenschap van de drugs aan te nemen. De medeverdachte had bekend de drugs te bewaren. Gezien het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs sprak de rechtbank verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten.
De uitspraak werd gedaan op 7 september 2021 door de meervoudige kamer van de rechtbank Den Haag, waarbij de voorzitter en twee rechters het vonnis tekenden.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor medeplegen en medeplichtigheid aan drugshandel.