ECLI:NL:RBDHA:2021:9696

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
26 augustus 2021
Publicatiedatum
1 september 2021
Zaaknummer
NL21.8313
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 17 Verordening (EU) Nr. 604/2013
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen overdracht asielzoeker aan Oostenrijk op grond van bijzondere individuele omstandigheden ongegrond verklaard

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om haar asielaanvraag niet in behandeling te nemen en haar over te dragen aan Oostenrijk op grond van de Dublinverordening. De rechtbank heeft vastgesteld dat Oostenrijk verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag.

Eiseres voerde aan dat zij afhankelijk is van haar familie in Nederland, geen sociaal netwerk in Oostenrijk heeft en in grote angst leeft voor haar ex-man. De staatssecretaris heeft deze omstandigheden beoordeeld en geoordeeld dat deze niet zodanig zijn dat overdracht moet worden voorkomen.

De rechtbank heeft de beoordeling van de staatssecretaris terughoudend getoetst en geoordeeld dat de angst van eiseres begrijpelijk is, maar dat zij in Oostenrijk door autoriteiten wordt opgevangen en contact kan houden met haar familie in Nederland. Ook is haar leeftijd geen reden voor onevenredige hardheid.

Daarom is het beroep ongegrond verklaard en is geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is mondeling gedaan op 19 augustus 2021 door rechter M.J. Schouw.

Uitkomst: Het beroep tegen de overdracht aan Oostenrijk wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
Zaaknummer: NL21.8313
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiseres

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. J.H.M. Handring),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. J. Visschers).

Procesverloop

Bij besluit van 28 mei 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiseres niet in behandeling genomen.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
De rechtbank heeft het beroep, samen met de zaak met nummer NL21.8314, op 19 augustus 2021 op zitting behandeld in Breda. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Als tolk is verschenen H. Ahmad. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

1.
Niet in geschil is dat Oostenrijk verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag van eiseres. De vraag die voorligt, is of er bijzondere, individuele omstandigheden [1] aanwezig zijn op grond waarvan had moeten worden afgezien van overdracht van eiseres aan Oostenrijk.
2. Verweerder heeft op dit punt een beoordeling gemaakt. Verweerder heeft daarbij beoordelingsruimte. De rechtbank moet deze beoordeling daarom terughoudend toetsen.
3.
Eiseres voert aan dat zij afhankelijk is van haar familie in Nederland. Zij heeft alleen in Nederland een sociaal netwerk maar niet in Oostenrijk. Ze leeft in grote angst voor haar ex-man. Verweerder heeft dat onvoldoende gevonden om af te zien van overdracht. Verweerder heeft op alle door eiseres aangevoerde elementen gereageerd.
4. De rechtbank kan het standpunt van verweerder volgen. De angst van eiseres is begrijpelijk. Maar verweerder heeft erop kunnen wijzen dat eiseres in Oostenrijk door de autoriteiten wordt opgevangen en dat zij aldaar contact kan houden met haar familie in Nederland. Eiseres is verder niet zodanig jong dat overdracht om die reden zou getuigen van onevenredige hardheid.
5. Alle feiten en omstandigheden in samenhang bezien, heeft verweerder naar het oordeel van de rechtbank geen aanleiding hoeven zien om van overdracht van eiseres aan Oostenrijk af te zien vanwege bijzondere, individuele omstandigheden.
6. Het beroep is ongegrond.
7. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 19 augustus 2021 door mr. M.J. Schouw, rechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.

Voetnoten

1.Zoals bedoeld in artikel 17 van Pro de Verordening (EU) Nr. 604/2013 (Dublinverordening).