ECLI:NL:RBDHA:2021:9667

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
2 september 2021
Publicatiedatum
31 augustus 2021
Zaaknummer
SGR 21/5333
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 AwbArt. 95 Wet op het primair onderwijs
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake onderwijshuisvestingsprogramma 2021

De Islamitische Stichting Nederland voor Onderwijs en Opvoeding (ISNO) verzocht om opname in het programma onderwijshuisvestiging 2021. Het college van burgemeester en wethouders van Westland stelde de aanvraag buiten behandeling wegens te late indiening. ISNO maakte bezwaar tegen dit besluit, waarna het bezwaar ongegrond werd verklaard.

ISNO stelde vervolgens beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening, waarbij zij vroeg om een overleg met de gemeente over de uitvoering van haar aanvraag. De voorzieningenrechter had een soortgelijk verzoek reeds op 10 augustus 2021 deels afgewezen en deels niet-ontvankelijk verklaard, omdat het overleg pas kan plaatsvinden nadat de aanvraag in behandeling is genomen.

In deze procedure bracht ISNO geen nieuwe feiten of omstandigheden naar voren en herhaalde zij haar eerdere stellingen. De voorzieningenrechter zag daarom geen aanleiding om af te wijken van de eerdere uitspraak en wees het verzoek af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het kennelijk ongegrond is en geen nieuwe feiten zijn aangevoerd.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 21/5333

uitspraak van de voorzieningenrechter van 2 september 2021 in de zaak tussen

Islamitische Stichting Nederland voor Onderwijs en Opvoeding; ISNO- Yunus Emre Den Haag, te Den Haag, verzoekster
(gemachtigde: mr. F.P. van Galen),
en

het college van burgemeester en wethouders van Westland, verweerder.

Procesverloop

In het besluit van 3 november 2020, verzonden 1 december 2020, (primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoekster voor opname in het programma onderwijshuisvestiging 2021 buiten behandeling gesteld.
Verzoekster heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Zij heeft op 2 april 2021 de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter heeft in de uitspraak van 10 augustus 2021 (met kenmerk SGR 21/2672) het verzoek om een voorlopige voorziening deels afgewezen en deels nietontvankelijk verklaard.
In het besluit van 8 juli 2021 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoekster tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.
Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Over dat verzoek gaat deze uitspraak.

Overwegingen

1. De voorzieningenrechter kan uitspraak doen zonder dat partijen worden uitgenodigd om op een zitting te verschijnen, indien het verzoek kennelijk ongegrond is. [1] De voorzieningenrechter ziet aanleiding om van deze bevoegdheid gebruik te maken.
Waar gaat deze zaak over?
2. Verzoekster wil worden opgenomen in het programma onderwijshuisvestiging 2021. Verweerder heeft de aanvraag van verzoekster buiten behandeling gesteld omdat de aanvraag te laat is ingediend.
Wat vraagt verzoekster?
3. Verzoekster vraagt de voorzieningenrechter om verweerder te bevelen om binnen drie dagen na de uitspraak verzoekster uit te nodigen voor een overleg [2] over de uitvoering van haar aanvraag en te bevelen dat het gesprek plaatsvindt binnen zeven dagen na de uitspraak. In haar verzoekschrift, tevens beroepschrift, heeft verzoekster de achtergrond van de zaak geschetst en gemotiveerd gronden aangevoerd.
Wat is het oordeel van de voorzieningenrechter?
4. In de uitspraak van 10 augustus 2021 heeft de voorzieningenrechter dit verzoek van verzoekster al behandeld. In die uitspraak is overwogen dat het verzoek om een constructief overleg tussen verweerder en verzoekster ziet op de vervolgfase van de vaststelling van het huisvestigingsprogramma. Hiervoor dient eerst de aanvraag van verzoekster in behandeling te worden genomen, die verweerder echter buiten behandeling heeft gesteld. De vervolgfase van een constructief gesprek lag daarom niet in de procedure van een voorlopige voorziening voor en de voorzieningenrechter zag geen mogelijkheid een voorziening te treffen.
5. Verzoekster heeft in deze procedure geen nieuwe feiten en omstandigheden aangevoerd. Ze heeft om hetzelfde verzocht en in haar gronden dezelfde stellingen naar voren gebracht. Het standpunt van verweerder is met het bestreden besluit niet gewijzigd. De voorzieningenrechter ziet daarom geen aanleiding om van de vorige uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening af te wijken en wijst het verzoek, onder verwijzing naar de uitspraak van 10 augustus 2021, af.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de rechtbank wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M. Meijers, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. G.A. Verhoeven, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 2 september 2021.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
2.Als bedoeld in artikel 95, achtste lid, van de Wet op het primair onderwijs.