ECLI:NL:RBDHA:2021:9537
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen terugkeerbesluit wegens onrechtmatig verblijf
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een terugkeerbesluit opgelegd aan eiser omdat hij onrechtmatig in Nederland verblijft. Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld en aangevoerd dat hij aan de voorwaarden voor uitstel van vertrek voldoet vanwege een geplande oogoperatie en dat verweerder onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar zijn persoonlijke omstandigheden.
De rechtbank overweegt dat het terugkeerbesluit een administratieve vaststelling is van onrechtmatig verblijf en dat eiser niet heeft aangetoond dat hij rechtmatig in Nederland verbleef op het moment van het besluit. De stelling van eiser over de oogoperatie is niet onderbouwd en kan via een aparte aanvraag worden ingediend. Verder is gebleken dat verweerder wel degelijk naar de reden van verblijf heeft gevraagd, waardoor geen schending van het zorgvuldigheids- of dienstbaarheidsbeginsel is vastgesteld.
Het beroep op artikel 4:84 van Pro de Algemene wet bestuursrecht wordt eveneens verworpen omdat eiser niet heeft onderbouwd van welke beleidsregel verweerder had moeten afwijken. Gezien deze overwegingen verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en ziet zij geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit wordt ongegrond verklaard.