ECLI:NL:RBDHA:2021:9536
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen terugkeerbesluit wegens onrechtmatig verblijf in Nederland
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een terugkeerbesluit opgelegd aan eiser wegens onrechtmatig verblijf in Nederland. Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld en betoogd dat de bewijslast bij verweerder ligt en dat de COVID-19 maatregelen een terugkeer onmogelijk maken.
De rechtbank heeft het onderzoek zonder zitting gesloten omdat geen van beide partijen een zitting wenste. Uit het proces-verbaal blijkt dat eiser verklaarde dat zijn familie in Colombia woont, hij geen verblijfsrecht in een andere EU-lidstaat heeft, geen gezondheidsproblemen heeft en geen problemen verwacht bij terugkeer. Eiser heeft geen omstandigheden aangevoerd die het terugkeerbesluit zouden moeten weerhouden.
De rechtbank oordeelt dat verweerder het terugkeerbesluit terecht heeft opgelegd en dat eiser niet heeft aangetoond dat terugkeer vanwege COVID-19 onmogelijk is. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit wordt ongegrond verklaard.