ECLI:NL:RBDHA:2021:9534
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond wegens niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen intrekking verblijfsvergunning
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het primaire besluit genomen tot intrekking van de verblijfsvergunning van eiser op 6 januari 2020. Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit, maar dit bezwaar is door verweerder niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.
Eiser stelde dat het bezwaar tijdig was ingediend of dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was, onder meer omdat hij meende dat een telefonische bevestiging voldoende was. De rechtbank oordeelt echter dat eiser dit niet heeft onderbouwd en dat de telefonische contactname na het verstrijken van de bezwaartermijn geen reden is voor verschoonbaarheid.
De rechtbank beperkt zich tot de ontvankelijkheid van het bezwaar en gaat niet in op de inhoudelijke gronden van het primaire besluit. Omdat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard, is het beroep ongegrond. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat het bezwaar te laat is ingediend en de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is.