ECLI:NL:RBDHA:2021:9332
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op extra aftrek specifieke zorgkosten wegens onvoldoende bewijs
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) 2016 en de daarbij behorende rentebeschikking. Hij vordert een hogere aftrek van specifieke zorgkosten, waaronder vervoerskosten en kosten voor extra gezinshulp door zijn stiefdochter.
De rechtbank oordeelt dat eiser niet voldoende bewijs heeft geleverd voor de buitenlandse vervoerskosten, zoals bonnen of bankafschriften, en ook de kosten voor extra gezinshulp niet met gedagtekende facturen heeft onderbouwd. Daarnaast zijn er inconsistenties in de verklaringen over de hulp van de stiefdochter en is niet aannemelijk gemaakt dat deze hulp de gebruikelijke gezinsbijstand overstijgt.
Verweerder heeft een gedeeltelijke aftrek van vervoerskosten geaccepteerd, maar de buitenlandse vervoerskosten en extra gezinshulp niet. Het netto besteedbaar gezinsinkomen is vastgesteld op basis van de aanslag van de partner, ondanks dat daar bezwaar tegen is gemaakt. De rechtbank acht dit uitgangspunt juist.
De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en wijst het af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter B. Boom op 21 juli 2021.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard vanwege onvoldoende bewijs voor extra aftrek specifieke zorgkosten.