Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 juli 2021 in de zaak tussen
[eiser], eiser, V-nummer [V-nummer]
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
- Op grond van artikel 3.103 van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb) moet het ten tijde van de aanvraag geldende recht worden toegepast. Volgens het ten tijde van de aanvraag om uitstel van vertrek geldende recht (Vc A3/7.1.6) moet uitstel van vertrek worden verleend nu eiser in Nederland mantelzorg van een familie ontvangt en dat in Suriname niet mogelijk is.
- De vereiste mantelzorg is niet beschikbaar in Suriname, laat staan toegankelijk. Daartoe zijn verklaringen van de directeur van ZON overgelegd van 15 december 2017, 12 februari 2018 en 12 maart 2020. ZON acht zich niet toegerust om de benodigde zorg te kunnen verlenen. Ook raken wachtlijsten de toegankelijkheid.
- In de verklaring van Stichting Zorg voor een Ander van 18 mei 2021 is onder meer vermeld dat instellingen kampen met grote wachtlijsten en grote (financiële) nood, dat de voor eiser benodigde begeleiding en zorg niet te garanderen is in Suriname, dat sprake is van een economische crisis en dat het coronavirus de samenleving ontwricht.
- De hoorplicht is geschonden. Verweerder heeft aangekondigd nader onderzoek te doen naar de door eiser in bezwaar overgelegde verklaringen, maar heeft het bezwaar kennelijk ongegrond verklaard, zonder onderzoek en zonder hoorzitting.
- Eiser beroept zich op artikel 4:84 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt verweerder op opnieuw op het bezwaar te beslissen met inachtneming van deze uitspraak;
- bepaalt dat verweerder aan eiser het betaalde griffierecht van € 174,- vergoedt;
- veroordeelt verweerder in de kosten van deze procedure tot een bedrag van