Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[Naam], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
ProcesverloopBij besluit van 23 juli 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond.
Overwegingen
Primero Justicia. Op enig moment is eiser door deze partij aangesteld als contactpersoon voor zijn wijk en is hij mensen gaan motiveren om deel te nemen aan protesten. Op 15 juni 2019 is eiser na een manifestatie op weg naar huis ontvoerd door vijf leden van de
Colectivos, een aan het regime van president [Naam 2] gelieerde militie. Eiser is door hen met de dood bedreigd. Na vier of vijf uur is hij weer vrijgelaten. Daarna durfde eiser niet meer het huis uit te gaan. Tijdens een bezoek aan eiser van een aantal partijleden op 27 juni 2019 is er een steen met een dreigement tegen eisers huis gegooid. Eiser heeft hiervan aangifte gedaan bij de politie op 30 juni 2019. De dag daarna is de moeder van eiser telefonisch bedreigd. Vervolgens heeft eiser besloten om te vluchten.
Primero Justicia. Verweerder heeft echter de door eiser gestelde problemen met de
Colectivosongeloofwaardig geacht.
Colectivosten onrechte ongeloofwaardig heeft geacht. Ook hierin kan eiser niet worden gevolgd gelet op het volgende.
Primero Justiciagetuige waren van de ontvoering. Ook heeft eiser tijdens het nader gehoor (pagina 16) verklaard dat hij bij de ontvoering niet is geslagen, terwijl de aangifte vermeldt dat één van de ontvoerders hem in het gezicht heeft geslagen. In het bestreden besluit heeft verweerder terecht overwogen dat eiser deze tegenstrijdigheden niet heeft kunnen wegnemen. Eisers stellingen in de zienswijze dat hij heeft bedoeld te verklaren dat er wel getuigen van de ontvoering waren maar dat deze zich niet in zijn directe nabijheid bevonden, en dat hij wel is geslagen maar niet
in elkaaris geslagen, vinden geen weerslag in zijn verklaringen tijdens het nader gehoor en evenmin in de correcties en aanvullingen. Verder heeft eiser verklaard dat het gooien van de steen ruim twee weken na de ontvoering heeft plaatsgevonden, terwijl de aangifte vermeldt dat dit daags daarna al gebeurde. Verweerder stelt terecht dat eiser daarvoor geen bevredigende verklaring heeft kunnen geven.
Colectivos. Ook heeft verweerder niet ten onrechte overwogen dat eiser slechts kon vermoeden dat de gegooide steen afkomstig was van de
Colectivos.
Colectivoshem heeft ontvoerd teruggenomen. Dit betekent echter niet dat de conclusie van verweerder dat het relaas ongeloofwaardig is niet in stand kan blijven.
Primero Justicia. Ter onderbouwing hiervan heeft hij in beroep een brief van de ambassadeur van Venezuela voor het Koninkrijk België en de Europese Unie van 26 februari 2021 en een brief van de Presidentiële afgevaardigde voor Buitenlandse Zaken van Venezuela van 23 maart 2021 overgelegd, alsmede schermafbeeldingen van een WhatsApp-groep van
Primero Justiciaen links naar berichten op sociale media van de Venezolaanse vertegenwoordiging. Ook stelt eiser dat zijn activiteiten in Venezuela bekend zijn. Ter onderbouwing hiervan heeft hij in beroep een schermafdruk van een Twitter-bericht van zijn hand overgelegd, waaruit kan worden afgeleid dat dit bericht, zoals ter zitting ook is vastgesteld, is geadresseerd aan (het account van) president [Naam 2]. Daarnaast heeft eiser schermafbeeldingen van WhatsApp en Facebook Messenger met vertalingen overgelegd, waaruit kan worden afgeleid dat hij en zijn moeder worden bedreigd door ene [Naam 3] die deel uitmaakt van de
Colectivos. Verder heeft eiser gewezen op diverse algemene bronnen waaruit volgens hem blijkt dat er in Venezuela – en in het bijzonder in de regio Apure – sprake is van systematische en wijdverspreide aanvallen op (met name jongere) tegenstanders van het regime.
Primero Justicia. Ook heeft verweerder ter zitting onderkend dat eiser, gelet op de in beroep overgelegde stukken, in Nederland zijn activiteiten voor deze groepering heeft voortgezet en nog altijd voortzet. Niet in geschil is dat
Primero Justiciaeen Venezolaanse beweging is die oppositie voert tegen het huidige regime onder president [Naam 2]. Ook heeft verweerder onderkend dat eisers naam in de door hem overgelegde bedreigingen wordt genoemd en dat er, op zijn minst, aanwijzingen zijn dat deze afkomstig zijn van een of meer personen die aan de autoriteiten van Venezuela zijn gelieerd. De rechtbank stelt echter vast dat in het bestreden besluit niet is beoordeeld of eiser onder een risicogroep valt in de zin van het beleid en of mitsdien sprake is van geringe indicaties die aannemelijk maken dat eiser bij terugkeer naar Venezuela gegronde vrees voor vervolging heeft te duchten. Dit heeft verweerder ter zitting desgevraagd erkend. Het standpunt van verweerder dat deze beoordeling impliciet is vervat in de beoordeling van de geloofwaardigheid van eisers asielrelaas verdraagt zich daarmee niet en is ook overigens niet begrijpelijk. Het bestreden besluit bevat dan ook in zoverre een zorgvuldigheidsgebrek.