Verzoekster heeft een verzoek ingediend om toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). De rechtbank heeft het bezwaar van een schuldeiser ter kennisgeving aangenomen, omdat de wet geen ruimte biedt voor het horen van crediteuren bij de behandeling van een WSNP-verzoek.
De rechtbank beoordeelde of verzoekster te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van haar schulden. Hoewel de schuld dateert uit 2010 en daarmee ouder is dan vijf jaar, is de vraag van belang of verzoekster de afgelopen vijf jaar te goeder trouw was bij het onbetaald laten van de schuld. Verzoekster betwistte haar aansprakelijkheid nadat zij in 2016 van de vordering op de hoogte was geraakt en voerde een procedure die zij in december 2019 verloor.
Direct na deze uitspraak is een betalingsregeling overeengekomen die verzoekster is nagekomen. Een eenmalige uitblijvende betaling door een misverstand leidde tot direct loonbeslag door de bank. De rechtbank oordeelt dat verzoekster hierdoor te goeder trouw was bij het onbetaald laten van de schuld en voldoet aan de voorwaarden voor toelating tot de WSNP.
De rechtbank stelt de toepassing van de WSNP vast, laat alle gelegde beslagen vervallen, benoemt een rechter-commissaris en wijst een bewindvoerder aan. Verzoekster moet zich houden aan de verplichtingen van de WSNP, zoals beschreven in het informatieboekje, om uiteindelijk een schone lei te verkrijgen.