Uitspraak
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van13 juli 2021 in de zaak tussen
[eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser
de heffingsambtenaar van de gemeente Rijswijk, verweerder.
De bestreden uitspraak op bezwaar
Zitting
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 48 aan eiser te vergoeden.
Overwegingen
€ 430.000) en [adres 2] [huisnummer 5] (€ 397.500). De vergelijkingsobjecten zijn hoek- of rijwoningen gebouwd in of rond 1959, waarvan drie in dezelfde straat als de woning liggen, met één of twee dakkappelen en een berging. De vergelijkingsobjecten hebben een kleinere inhoud en – afgezien van [adres 1] [huisnummer 4] – een kleiner perceel dan de woning. De uit de geïndexeerde verkoopprijzen herleide m³-prijzen, voor zover nodig gecorrigeerd naar dezelfde kwaliteit en onderhoudsstaat als die van de woning, bedragen gemiddeld
€ 671, terwijl voor de woning een m³-prijs van € 647 is gehanteerd. Door de matrix en de lagere m³-prijs heeft verweerder aannemelijk gemaakt dat bij de herleiding van de aan de woning toegekende waarde uit de bij de verkoop van de vergelijkingsobjecten behaalde verkoopprijzen, in voldoende mate rekening is gehouden met de verschillen tussen de vergelijkingsobjecten en de woning. Gelet op het voorgaande kan niet worden gezegd dat de voorgestelde waarde in een onjuiste verhouding staat tot de verkoopprijzen van de vergelijkingsobjecten.
mr. G.E. Brummel, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 13 juli 2021.