ECLI:NL:RBDHA:2021:8908
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing urgentieverklaring wegens ontbreken mantelzorg en geen bijzondere hardheid
Eiser, samenwonend met zijn vrouw en drie kinderen, diende een verzoek in voor een urgentieverklaring nadat de maatschappelijke opvang was beëindigd en zijn gezin op een hotelkamer verbleef. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiser was ingeschreven op een briefadres en niet op het feitelijke woonadres, waardoor de voorwaarde van twee jaar inschrijving in de Basisregistratie Personen niet werd vervuld.
Eiser stelde dat hij mantelzorg verleende en dat de hardheidsclausule toegepast moest worden vanwege zijn uitzonderlijke situatie. De rechtbank oordeelde dat niet was gebleken dat eiser daadwerkelijk mantelzorg verleende, aangezien hij dit slechts ongemotiveerd had gesteld en niet voldeed aan de voorwaarden van een mantelzorgrelatie zoals vastgelegd in het beleid.
Daarnaast vond de rechtbank dat verweerder terecht had geoordeeld dat de afwijzing geen bijzondere hardheid opleverde, mede gezien de schaarste aan sociale woningen en het ontbreken van onderbouwing van de gevolgen voor het gezin. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de urgentieverklaring wordt ongegrond verklaard.