ECLI:NL:RBDHA:2021:8907
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag uitkering Schadefonds Geweldsmisdrijven wegens onvoldoende aannemelijkheid geweldsmisdrijf
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven, stellende dat hij in het verleden mishandeld zou zijn door zijn stiefvader. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen omdat onvoldoende objectieve informatie bestaat om aannemelijk te maken dat eiser slachtoffer is van een opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf.
Eiser betoogt dat de medische rapporten van Fivoor uit 2018 niet in twijfel mogen worden getrokken, mede omdat strafrechters hun vonnissen hebben gebaseerd op de juistheid van de daarin opgenomen feiten. Tevens stelt eiser dat verweerder zich niet mag beroepen op het ontbreken van informatie over zijn detentie en dat de verklaringen van psychiaters en psychologen voldoende zijn om psychisch letsel aan te tonen.
Verweerder voert aan dat medische rapporten zelden doorslaggevend zijn voor de aannemelijkheid van het geweldsmisdrijf, omdat deze rapporten niet zijn gericht op waarheidsvinding maar op diagnose, en dat het aan eiser is om zijn aanvraag te onderbouwen met voldoende bewijs. De rechtbank volgt verweerder en oordeelt dat het rapport onvoldoende is om het geweldsmisdrijf aannemelijk te maken, mede omdat het rapport is gebaseerd op de verklaringen van eiser zelf en niet op objectieve feiten.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt daarmee het bestreden besluit van verweerder. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Eiser wordt gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen zes weken na verzending van deze uitspraak.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn aanvraag uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende aannemelijkheid van het geweldsmisdrijf.