Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[Naam], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Kopf en Liberda tegen Oostenrijk. [2]
C.K. tegen Slovenië. [4]
Rechtbank Den Haag
Eiser, een meerderjarige zoon met de Marokkaanse nationaliteit, verzocht om verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 8 van Pro het EVRM, waarbij hij zich beroept op zijn band met zijn moeder (referente). De aanvraag werd afgewezen omdat eiser niet onder het jongvolwassenenbeleid valt en er geen sprake is van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie tussen eiser en zijn moeder.
De rechtbank oordeelt dat eiser ten tijde van het peilmoment wel onder het jongvolwassenenbeleid valt, maar dat hij niet met zijn moeder in gezinsverband samenwoont en dat er onvoldoende feiten zijn die wijzen op een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie. De rechtbank stelt vast dat eiser regelmatig contact heeft met zijn moeder en dat zij hem soms helpt met verzorging, maar dit overstijgt niet de normale emotionele band tussen een ouder en een meerderjarig kind.
Daarnaast is eiser medisch in staat om te reizen en is de noodzakelijke medische zorg in Marokko aanwezig, zoals gebleken uit het advies van het Bureau Medische Advisering. Eiser heeft geen contra-expertise overgelegd om dit te betwisten. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek om vrijstelling van griffierecht wordt toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag verblijfsvergunning regulier wordt ongegrond verklaard.