ECLI:NL:RBDHA:2021:8826
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel
Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om haar aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd kennelijk ongegrond te verklaren. Tegelijkertijd heeft zij een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend om het bestreden besluit tijdelijk te schorsen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening behandeld samen met een soortgelijke zaak op 16 juli 2021 in Breda. Verzoekster was aanwezig met haar gemachtigde en tolk, terwijl de verweerder werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.
Na overwegingen wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af, mede omdat de hoofdzaak nog in behandeling is en er geen dringende redenen zijn om het bestreden besluit tijdelijk buiten werking te stellen. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt afgewezen.