Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[Naam 1] , eiseres V-nummer: [Nummer]
Procesverloop
Overwegingen
- de identiteit, nationaliteit en herkomst;
- de afvalligheid;
- de bekering tot het christendom;
- de problemen met [Naam 2] .
De gestelde bekering
Rechtbank Den Haag
Eiseres, een Iraanse vrouw, verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van haar afvalligheid van de islam en bekering tot het christendom, met daarbij gestelde bedreigingen door de vader van haar werkgever in Iran.
De staatssecretaris wees de aanvraag af wegens ongeloofwaardigheid van het asielrelaas, met name de bekering en de daarmee samenhangende problemen. De rechtbank oordeelde dat eiseres onvoldoende overtuigend had verklaard over haar motieven, het proces en de effecten van haar bekering. Ook de gestelde problemen met de werkgever werden als ongeloofwaardig beoordeeld, mede vanwege het ontbreken van bewijs en het tijdsverloop tussen inreis en asielaanvraag.
Verder werd vastgesteld dat eiseres zich zonder geldige reden niet onverwijld had gemeld na binnenkomst in Nederland. Haar beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak is gedaan door rechter M.J. Schouw en griffier N.H. de Zeeuw, en kan binnen een week worden aangevochten bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens ongeloofwaardige bekering en onvoldoende aannemelijkheid van de gestelde problemen.