ECLI:NL:RBDHA:2021:879
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering medische noodzaak vreemdeling
Eiser heeft bij verweerder een aanvraag ingediend voor toepassing van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, waarin hij een medische noodzaak voor verblijf in Nederland stelde. Verweerder wees deze aanvraag af op basis van een BMA-advies waarin werd geconcludeerd dat er geen medische noodsituatie op korte termijn was, hoewel een toename van klachten mogelijk was.
Eiser stelde dat het BMA-advies onjuist was en dat hij ten onrechte niet was gehoord, maar de rechtbank oordeelde dat het advies objectief en onpartijdig was opgesteld en dat het niet nodig was eiser te spreken voor een zorgvuldig onderzoek. Daarnaast kon eiser onvoldoende onderbouwing geven voor zijn stelling dat het advies in strijd was met het arrest Paposhvili.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. Tevens werd het verzoek tot vrijstelling van griffierecht toegewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag medische noodzaak wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.