ECLI:NL:RBDHA:2021:8715
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond: WIA-uitkering en mate van arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 48,94%
Eiser heeft een WIA-uitkering aangevraagd en ontving aanvankelijk een loongerelateerde WGA-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80 tot 100%. Na een herbeoordeling door het UWV werd dit percentage vastgesteld op 48,94%, waarbij de hoogte van de WGA-loonaanvullingsuitkering ongewijzigd bleef. Eiser maakte bezwaar tegen deze beslissing en stelde dat zijn mentale en fysieke beperkingen gelijk of verslechterd waren, en dat hij volledig arbeidsongeschikt was.
De rechtbank beoordeelde de medische rapporten van de verzekeringsarts en arbeidsdeskundige, die op zorgvuldige wijze tot stand waren gekomen en geen tegenstrijdigheden bevatten. De verzekeringsarts concludeerde dat eiser niet volledig arbeidsongeschikt was en dat er geen sprake was van meer beperkingen dan eerder vastgesteld. Psychische klachten werden erkend, maar er waren geen objectiveerbare feiten voor zwaardere beperkingen.
De arbeidsdeskundige bevestigde dat de geduide functies binnen de belastbaarheid van eiser passen. De rechtbank oordeelde dat het UWV terecht en op goede gronden het arbeidsongeschiktheidspercentage op 48,94% heeft vastgesteld en de WGA-uitkering niet heeft gewijzigd. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt dat eiser voor 48,94% arbeidsongeschikt is en wijzigt de WGA-uitkering niet; het beroep is ongegrond.