Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 juli 2021 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit voor zover dit ziet op de hoogte van de terugvordering en het verzoek om proceskosten in bezwaar;
- herroept het primaire besluit voor zover daarbij is beslist dat de maatregel is bepaald op 100 % verlaging van de bijstandsuitkering gedurende een maand, bepaalt de maatregel op 30% verlaging van de bijstandsuitkering gedurende een maand vanaf 1 juni 2019 en bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van het vernietigde gedeelte van het bestreden besluit;
- bepaalt dat verweerder € 1.068,- aan proceskosten vergoedt voor de behandeling van het bezwaar en bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van het vernietigde gedeelte van het bestreden besluit;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 47,- aan eiser te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser in beroep tot een bedrag van € 1.496,-.