ECLI:NL:RBDHA:2021:855
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen last onder dwangsom en invorderingsbeschikking voor plaatsing puincontainer zonder vergunning
Verzoeksters, Materieel Oudewater B.V. en Umia B.V., hebben bezwaar gemaakt tegen een last onder dwangsom en een daaropvolgende invorderingsbeschikking opgelegd door het college van burgemeester en wethouders van Den Haag wegens het zonder vergunning plaatsen van een puincontainer op de openbare weg.
De voorzieningenrechter overweegt dat op grond van artikel 8:81 Awb Pro een voorlopige voorziening kan worden getroffen indien onverwijlde spoed dat vereist. In deze zaak is echter geen sprake van spoedeisendheid. De bezwaarprocedures tegen soortgelijke besluiten van andere B.V.'s zijn nog aanhangig en de vermeende onrechtmatigheid van de besluiten zal in de bezwaarprocedure worden beoordeeld.
Daarnaast is de invordering van de dwangsom opgeschort totdat op het bezwaar is beslist. Het belang van verzoeksters is vooral financieel en dat rechtvaardigt geen voorlopige voorziening. Verzoeksters hadden bovendien eerst kunnen verzoeken om opschorting van de invordering voordat zij de voorzieningenrechter benaderden.
De voorzieningenrechter wijst daarom de verzoeken om voorlopige voorziening af en ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter J.J.P. Bosman en in het openbaar uitgesproken op 3 februari 2021.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening tegen last onder dwangsom en invorderingsbeschikking wordt afgewezen wegens ontbreken spoedeisend belang.