Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[Naam], eiseres,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiseres, een minderjarige Eritrese, heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis. De aanvraag was ingediend door haar vermeende vader, de referent. Verweerder heeft het bezwaar ongegrond verklaard omdat eiseres onvoldoende bewijs leverde van haar identiteit en de familierechtelijke relatie met de referent en haar biologische moeder. Daarnaast ontbrak een toestemmingsverklaring van de achterblijvende ouder.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht aannam dat eiseres niet in bewijsnood verkeert, aangezien de stellingen over het overlijden van de biologische moeder onvoldoende aannemelijk zijn gemaakt. Ook de overgelegde indicatieve documenten, zoals een UNHCR-registratie, doopakte en schoolrapporten, zijn onvoldoende overtuigend om de identiteit en familierelatie aan te tonen.
Verder volgt de rechtbank de vaste gedragslijn van verweerder in nareiszaken, die ook door de Afdeling bestuursrechtspraak is bevestigd. Verweerder hoefde daarom geen nader identificerend onderzoek aan te bieden. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de mvv-nareis aanvraag wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van identiteit en familierelatie.